Reflectie op het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK)
report
Deze reflectie richt zich op het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK), en in het bijzonder op het nationale MIEK (nMIEK), als onderdeel daarvan. Daarmee vormt de reflectie een aanvulling op eerdere reflecties op de Cluster Energiestrategieën (CES) en de provinciale MIEK’s (pMIEK). Het MIEK is voortgekomen uit het Klimaatakkoord (2019) en het advies van de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI) (2020) om te komen tot een integrale, door het Rijk geregisseerde aanpak van energie infrastructuur van groot maatschappelijk belang. In 2021 volgde een eerste overzicht van MIEK-projecten (via de CES), in het kader van het Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI). Sindsdien is het programma verbreed van industrie naar alle gebruikssectoren en energiedragers, verdiept naar het regionale schaalniveau, en uitgebreid met routes voor sectorale, gebiedsgerichte én grootschalig systemische projecten. De gelaagde structuur van de CES, het pMIEK en het nMIEK verbindt regionale behoeftestelling aan nationale selectie, versnelling en monitoring van energie-infrastructuurontwikkeling. Onder druk van externe ontwikkelingen, met name netcongestie, maar ook geopolitieke onzekerheid, ruimtelijke schaarste en de stikstofproblematiek, is het programma in de laatste jaren snel doorontwikkeld en geprofessionaliseerd.Het MIEK fungeert inmiddels als programma voor het tijdig programmeren, met prioriteit selecteren en daarmee versneld realiseren van energie infrastructuur. Het ministerie van EZK/KGG vervult via het (n)MIEK een regierol door samenwerking tussen netbeheerders, overheden en andere partijen te stimuleren, onzekerheden te reduceren en transitiefalen op te lossen. Projecten worden via vaste routes aangeleverd en met behulp van een afwegingskader beoordeeld op onder meer maatschappelijk belang. Een MIEK status geeft toegang tot versnellingsinstrumenten en kan doorwerken in de investeringsplannen van de netbeheerders. Monitoring en data uitwisseling zijn in ontwikkeling om knelpunten en afhankelijkheden te signaleren en samenhang tussen projecten te vergroten.
In deze reflectie gaan we in op vijf centrale aspecten van de werking van het MIEK in de praktijk: functionele effectiviteit, strategische positionering, inhoudelijke integratie, governance kwaliteit en lerende capaciteit
In deze reflectie gaan we in op vijf centrale aspecten van de werking van het MIEK in de praktijk: functionele effectiviteit, strategische positionering, inhoudelijke integratie, governance kwaliteit en lerende capaciteit
Topics
TNO Identifier
1025813
Publisher
TNO
Collation
90 p.