Het Nederlandse investeringsgat
report
Nederland staat voor grote maatschappelijke en economische uitdagingen die structurele veranderingen en substantiële investeringen vereisen (Denkwerk, 2025; SER, 2025). Tegelijkertijd laten de recente ramingen van het Centraal Planbureau zien dat de middelangetermijngroei duidelijk onder het niveau ligt dat nodig is om de stijgende uitgaven te dragen zonder ingrijpende maatregelen (CPB, 2025a; CPB, 2025b; Denkwerk, 2025). Om onze welvaart en brede welbevinden op peil te houden, is een structurele groeiversnelling van circa 0,6 procentpunt nodig. Omdat het arbeidsaanbod de komende decennia nauwelijks groeit, moet toekomstige welvaart vooral komen uit productiviteitsgroei (TNO Vector, 2025a). Die ontwikkeling blijft echter achter (CPB en CBS, 2025). Dat maakt gerichte investeringen in kennis, innovatie en R&D, naast investeringen in productief kapitaal, essentieel. Zowel TNO, de OECD en het kabinet benadrukken dat alleen een sterke kennisbasis het verdienvermogen van Nederland kan versterken (TNO Vector, 2025b; OECD 2025b; Ministerie van Economische Zaken, 2025c). Peter Wennink, voorzitter van de Adviesgroep Toekomstig Verdienvermogen, waarschuwde dat Nederland achteropraakt in innovatiekracht (FD, 2025): “Terwijl anderen al op de snelweg rijden, staan wij nog in de bus op de parkeerplaats.” Tegen deze achtergrond is dit onderzoek uitgevoerd, op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken (EZ), mede als input voor het advies Toekomstig Verdienvermogen van Wennink (2025). Centraal staat de vraag welke aanvullende investeringen nodig zijn om de structurele groei richting 1,5% per jaar te brengen. Met andere woorden: wat is het investeringsgat dat Nederland moet dichten om deze noodzakelijke groeiversnelling te realiseren? Het groeitempo dat volgens Denkwerk (2025) minimaal nodig is om de oplopende structurele uitgaven binnen houdbare overheidsfinanciën te kunnen opvangen.
TNO Identifier
1019780
Publisher
TNO