Lusdetectoren voor snelheidsmeting

article
Zoals reeds eerder in Verkeerskunde (nr. 4/79 blz. 156 e.v.) werd beschreven, kan met behulp van twee achter elkaar liggende lussen in het wegdek de snelheid van passerende voertuigen worden bepaald. Hiertoe worden beide lussen aangesloten op een delector, die vaststelt wanneer een voertuig de lus passeert. De snelheid v wordt vervolgens berekend met behulp van de formule v=s/t, waarbij s de afstand is tussen de twee lussen en t de tijd die verstrijkt lussen het passeren van de eerste en de tweede lus. Fouten in de snelheid v worden in drie groepen onderverdeeld, te weten: fouten door afwijkingen in de lusgeometrie: < 1% ; II fouten als gevolg van ongelijke voertuigpassage, naar schatting 0,5-1 % (zie Verkeerskunde 9/79 blz- 424), III fouten ten gevolge van onvolkomenheden in de detector. Om snelheidsmetingen zo nauwkeurig mogelijk te verrichten dienen in éérste instantie de fouten van categorie III gereduceerd te worden tot minder dan circa l%. ln dit artikel zal worden ingegaan op de werking van twee typen (nauwkeurige) detectoren die werden ontwikkeld voor de Dienst Verkeerskunde van de Rijkswaterstaat.
TNO Identifier
267311
Source
Verkeerskunde, 31(5), pp. 265-268.
Collation
4 p.
Pages
265-268